Voor Home klik op het Vino Amore logo! info@vinoamore.nl

Vino Amore

Stichting Dutch Baroque – Messiah

messiah

In een uitverkochte Oude kerk Zwijndrecht werd zaterdag 19 december 2015 de “Messiah” van Georg Friedrich Händel uitgevoerd door de Stichting Dutch Baroque (Dutch Baroque Orchestra & Dutch Baroque Vocal Consort) onder leiding van Gerard de Wit.

Stichting Dutch Baroque – Messiah

De “Messiah” is het meest bekende en gespeelde werk van Händel. Een werk dat tegenwoordig op elk moment van het jaar in allerlei settings en bezettingen wordt geprogrammeerd. Aanvankelijk bedoeld voor een uitvoering rond de passietijd, is het o.a. vanwege het eerste Adventsdeel van de Messiah goed denkbaar dit werk rond de kerstdagen uit te voeren.

De “Messiah” is een ongelooflijk aangrijpend werk, in korte tijd zeer nauwkeurig geschreven door een Duits/Engelse componist, die in dit prachtige werk zijn kennis en invloeden van buurlanden wist te integreren. Händel weet met prachtige aria’s en koren in te spelen op de emotie van het publiek. Het publiek in Zwijndrecht, waaronder o.a. de burgemeester van Zwijndrecht Dominic Schrijer en zijn gezin, wethouder Jan Nathan Rozendaal (Papendrecht) en de artistiek en zakelijk leider van het Bachfestival Dordrecht, kon genieten van de eerste versie van de “Messiah”. Dát ze genoten hadden van deze prachtige muziek bleek wel uit het applaus na afloop van het concert.

Het chocolaatje na het concert werd verzorgd door Olala Dordrecht – de wijn na afloop werd verzorgd door Vino Amore.

Het leven van Georg Friedrich Händel

Georg Friedrich Händel (Engels: George Frideric Handel) (Halle an der Saale, 23 februari 1685 – Londen, 14 april 1759) was een barokcomponist. Händel schreef veel werken: 42 opera’s, 29 oratoria, meer dan 120 cantates, trio’s en duetten. Dat komt overeen met ongeveer 2000 aria’s. Verder Engelse, Duitse, Italiaanse en Latijnse kerkmuziek, serenades en odes. Onder zijn instrumentale werken vallen de orgelconcerten, concerti grossi, ouvertures en kamermuziek zoals hobo- en vioolsonates en werken voor klavecimbel en orgel.

Samen met Johann Sebastian Bach, die in hetzelfde jaar (1685) werd geboren, wordt Händel als een van de grootste componisten van zijn tijd gezien. Händel componeerde in totaal meer dan 610 werken, waarvan er vele nog steeds worden uitgevoerd.

In tegenstelling tot Bach stamde Händel niet uit een muzikale familie. De Händels waren welgestelde ambachtslieden: grootvader Valentin Händel was kopersmid en zijn vader Georg Händel was zijn loopbaan als barbier begonnen en bracht het tot vorstelijk Saksisch en keurvorstelijk Brandenburgs kamerdienaar en lijfchirurg. Al vroeg openbaarde zich bij Händel talent en belangstelling voor de muziek. Zijn vader verzette zich aanvankelijk tegen deze neiging, maar Händel oefende stiekem. Een bezoek aan Weißenfels was doorslaggevend, toen hertog Johan Adolf hem – een kind van amper acht – hoorde spelen. Door toedoen van de hertog kreeg Händel een muziekopleiding bij Friedrich Zachau, een organist in Halle. In 1702 liet hij zich inschrijven als student rechten, zoals zijn vader had gepland. Händel genoot inmiddels grote faam als organist en in 1701 was Telemann naar hem komen luisteren. Händel kreeg een betrekking aan de gereformeerde domkerk van Halle. Daar hoefde hij niet veel meer te doen dan de gemeentezang te begeleiden. Na een jaar hield Händel het voor gezien. In 1703 gaf hij zijn studie en baantje op en trok hij in z’n eentje naar Hamburg. Daar vond hij een betrekking als tweede violist in het Theater am Gänsemarkt. In die stad leerde hij Reinhard Keiser, Johann Mattheson en Christoph Graupner kennen.

In de winter van 1703–1704 ontmoette Händel Gian Gastone de’ Medici in Hamburg. Andere auteurs stellen in navolging van Händels eerste biograaf John Mainwaring dat het diens broer prins Ferdinando de’ Medici was die Händel uitgenodigd zou hebben voor een bezoek aan Florence. Van de muziekliefhebber en zanger Ferdinando is niet bekend dat hij ooit Hamburg bezocht. Van Gian Gastone is bekend dat hij in juni 1705, zonder echtgenote, voor een jaar terugkeerde naar Florence. Vast staat dat Händel in Florence en Pratolino componisten, zangers en de librettist Antonio Salvi ontmoet heeft. Hij heeft er de opera Rodrigo geschreven en naar alle waarschijnlijkheid een van de vele instrumenten bespeeld, voorlopers van de piano forte, in het bezit van Ferdinando die door Bartolomeo Cristofori waren ontwikkeld.

Händel trok naar Rome (1707-1708), speelde binnen een paar dagen op het orgel van de Sint-Jan van Lateranen en schreef het oratorium Il trionfo del tempo en del disinganno. Deze compositie werd uitgevoerd door Arcangelo Corelli op een van de wekelijkse en arcadische bijeenkomsten in het paleis van markies Francesco Ruspoli. Händel schreef voor Ruspoli minstens nog vijftig cantates en kreeg daarnaast opdrachten van de kunstminnaar Benedetto Pamphilj, Carlo Colonna en kardinaal Ottoboni. In de salons ontmoette hij bovendien Alessandro Scarlatti en diens zoon Domenico Scarlatti, die even oud was als Händel. De beide jongelieden hielden een wedstrijd in improvisatie: Händel won op het orgel. In Napels componeerde hij de serenata Aci, Galatea e Polifemo voor het huwelijk van hertog van Alvito (1708). In 1709 logeerde Händel in Venetië bij Vincenzo Grimani en componeerde hij de opera Agrippina voor het beroemde carnaval. Dit werk, met vermoedelijk zijn beste libretto, afkomstig van kardinaal Grimani en eigenaar van het theater San Giovanni Grisostomo, beleefde 27 opvoeringen en Il caro Sassone werd door het uitbundige publiek toegejuicht.

In 1710 werd Händel hofkapelmeester in Hannover door bemiddeling van Ernst August II van Brunswijk-Lüneburg, de jongste broer van de later tot koning benoemde George I van Groot-Brittannië. Aan het einde van dat jaar reisde hij voor het eerst naar Londen. Onderweg bracht hij een bezoek aan Johan Willem van de Palts in Düsseldorf en zijn vrouw Anna Maria Luisa de’ Medici. In Londen werd zijn opera Rinaldo – inderhaast geschreven – een ongeëvenaard succes. Langer weggebleven dan de bedoeling was, reisde hij naar Hannover, maar vast van plan zo snel mogelijk terug te keren.

In 1712 kreeg Händel opnieuw toestemming naar Londen te gaan. Aanvankelijk woonde hij bij Richard Boyle, de derde graaf van Burlington, slechts 18 jaar oud en onvoorstelbaar rijk. Voor deze architect en kunstliefhebber schreef Händel Amadigi di Gaula, een fascinerende, magische en intieme opera. Stemmen lager dan de alt ontbreken en aan de enscenering werd veel geld besteed. De bezoekers werd afgeraden op het podium te komen, vanwege de vele bewegende onderdelen. Veel bekender is de Water Music die Händel componeerde voor een pleziertochtje van koning George I op de Theems. De kapel maakte muziek, terwijl de bootjes met het tij meedreven.

Vervolgens werkte hij voor James Brydges, de hertog van Chandos, rijk geworden tijdens de Spaanse Successieoorlog. Händel schreef voor hem elf anthems, toen hij de beschikking had over een goed koor. Acis and Galathea is een charmante en perfecte pastorale met humor en tragiek, destijds zijn meest uitgevoerde werk en uitermate geschikt om zijn muziek te leren kennen. Niemand minder dan Mozart schreef een bewerking met blaasinstrumenten. Voor de Royal Academy of Music, een aristocratisch project voor de opvoering van Italiaanse opera’s, opererend op basis van aandelen, reisde Händel in 1719 naar Dresden. Hij had opdracht om de beroemde castraat Senesino voor zo lang mogelijke tijd te contracteren. Händel bleef er enkele maanden en speelde voor de keurvorst van Saksen, August de Sterke en zijn zoon, Frederik August, die bijzonder in Italiaanse opera was geïnteresseerd. Hij bezocht de uitvoering van Teofane, een opera van Antonio Lotti, uitgevoerd ter gelegenheid van het huwelijk van de kroonprins. De Italiaanse zangers kwamen in het jaar daarop naar Londen.

De zwaarbelaste Händel nam zijn jeugdvriend Johann Cristoph Schmidt en diens zoon in dienst. Händel werkte naar zijn hoogtepunt vanuit zijn nieuwe woning in Brook Street, gelegen in de chique wijk Mayfair, die hij in 1723 betrok. Händel stopte met het schrijven van cantates, gebaseerd op mythologische geschiedenissen en pastorale gedichten, bestemd voor rijke opdrachtgevers, die in privesfeer werden uitgevoerd. In 1724 schreef hij zijn beroemdste opera’s, Giulio Cesare en Tamarlano, gebaseerd op amoureuze avonturen van Julius Caesar en Timoer Lenk. Ook de religieuze cantate Silete Venti en de opera Rodelinda, koningin van Lombardije uit 1725 behoren tot zijn beste werk. De meeste karakters in zijn opera’s zijn psychologisch uitgewerkt; iedere partij heeft aria’s in uiteenlopende gemoedsstemmingen, zoals verliefdheid, afwijzing, woede en jaloezie.

In 1727 werd Händel Engels staatsburger en gaf hij Anna van Hannover – zijn beste en trouwste leerling – muziek- en compositieles. Het jaar daarop ging de Academy failliet; de Italiaanse opera werd steeds minder populair. De Engelstalige The Beggar’s Opera daarentegen was een groot succes. Frederik, prins van Wales steunde deze onderneming, hetgeen aanleiding gaf tot een ruzie met zijn ouders en zijn zus Anna.

Händel startte een nieuwe onderneming in Haymarket Theatre. Daarvoor reisde hij in 1729 naar Italië. Op de terugweg ontmoette hij tijdens een bezoek aan zijn zieke moeder in Halle, Wilhelm Friedemann Bach, die hem uitnodigde zijn vader, Johann Sebastian Bach, te bezoeken. Hij wees een treffen met Bach echter af. Terug in Engeland sloeg Händel een nieuwe weg in: hij bewerkte zijn eerste Engelstalige oratorium Esther, dat in 1731 op zijn verjaardag in besloten gezelschap werd opgevoerd. Anna van Hannover suggereerde Ester in het theater uit te voeren. Het bleek een succes en Händel investeerde de opbrengst in de South Sea Company. Toen hij plotseling de prijzen verdubbelde bij de opvoering van het Engelstalige oratorium Deborah protesteerden de abonnementshouders en drongen naar binnen. Händel moest bakzeil halen. Bij de première beschikte hij over honderd musici waaronder 25 zangers.

Händel-by-jennens-portrait-1740

Händel-by-jennens-portrait-1740

Het lukte Händel niet te concurreren met de Opera of the Nobility die bijna al zijn zangers zoals de beroemde castraat Farinelli maar ook componisten als Hasse en Porpora had gecontracteerd. Händel kreeg een eredoctoraat in Oxford aangeboden, maar weigerde omdat hij het naar eigen zeggen te druk had. Ondertussen kreeg Händel veel kritiek zowel op zijn omgangsvormen, als ook op zijn uitvoeringen van bijbelse taferelen op het toneel, en het inzetten van buitenlandse musici. Enkele opera’s zoals Orlando op een libretto van Metastasio flopten niet echt, maar de kritiek nam toe en de winst bleef uit. Nadat contract was afgelopen, begon Händel in 1734 aan zijn derde onderneming in Covent Garden. Uit deze periode stammen de succesvolle werken Alexander’s Feast, Ariodante en Alcina. In 1737 zat Händel geestelijk en lichamelijk in de put, nadat hij was getroffen door een beroerte, zodat hij nauwelijks kon spelen. Iedereen twijfelde of Händel ooit nog iets zou componeren. Händel reisde in 1740 naar het kuuroord Aken, zat urenlang in bad, en verbaasde het kurende publiek met zijn orgelspel. De barok als kunstvorm liep op zijn einde en zijn laatste opera Deidamia beleefde in 1741 slechts drie uitvoeringen. Händel compenseerde de teleurstellingen met veel drinken en lekker eten en er verschenen spotprenten, mogelijk ook vanwege zijn voorkeur voor harde muziek, ondersteund door trompetten, pauken en jachthoorns.

Handel-by-Thomas-Hudson-1748

Handel-by-Thomas-Hudson-1748

“Händel zegt dat hij komende winter (1741) niets wil doen, maar ik hoop dat ik hem kan overtuigen om nog een verzameling Bijbelteksten die ik voor hem heb geselecteerd, op muziek te zetten en die in zijn eigen voordeel in de Passieweek uit te voeren (dan zijn de theaters gewoonlijk gesloten en zal de toeloop van het publiek verzekerd zijn). Ik hoop dat hij daar zijn hele talent en bekwaamheid in zal leggen, dat de compositie al zijn vorige composities zal overtreffen, zoals dit onderwerp alle andere onderwerpen zal overtreffen. Het onderwerp is Messias…” – Charles Jennens aan (zijn vriend) Edward Holdsworth, 10 juli 1741. Opvallend is, dat Jennens spreekt over de Passieweek. Hoewel de Messiah dus voor de passietijd is geschreven, overigens om zeer prozaïsche reden, is een uitvoering in advent ook goed denkbaar. Verder spreekt Jennens de wens uit “dat hij (Handel) daar zijn hele talent en bekwaamheid in zal leggen”.

Welnu, dat deed Händel. De Messiah werd een onbetwist hoogtepunt, ook in Händels eigen waarneming. Händel keerde de opera de rug toe en begon met niet te stuiten energie en inspiratie aan zijn Sacred Oratorio, zoals hij de ‘Messiah’ zelf had ondertiteld. Händel schreef de ‘Messiah’ in 1741, toen hij 56 jaar oud was. En wel tussen 22 augustus en 14 september, dus in de ongelooflijk korte tijd van 24 dagen. Ruim drie weken dus! Händels optreden in Dublin was zowel muzikaal als financieel overweldigend. De dames werd zelfs verzocht niet in hoepelrok te komen om nog meer kaarten te kunnen verkopen. De gunstige uitwerking van het succes in Dublin op Händels mentale en fysieke toestand bleek duidelijk uit zijn enthousiaste brief aan Jennens: (na de loftrompet te hebben gestoken over solisten, orkest en publiek)”… en de muziek klinkt heerlijk in deze uitnodigende ruimte (Great Music Hall in Fishamble Street, Dublin), die mij in de juiste sfeer bracht, en mijn gezondheid zó goed deed, dat ik me inspande op mijn orgel met meer dan gebruikelijk succes”.
In totaal hebben tijdens Händels leven 56 uitvoeringen plaats gevonden. ‘Messiah’ is Händels enige ‘sacred’ oratorium en het enige dat hij ook in een gewijd gebouw uitvoerde (alle andere oratoria waren voor het theater).

great-music-hall-fishamble-street

great-music-hall-fishamble-street

Händel werd overigens geboren als Georg Friedrich Händel (met Umlaut), kreeg in 1727 het Engelse staatburgerschap en heette vanaf die tijd George Frideric Handel (zonder Umlaut). De ‘Messiah’ uit 1741 is dus gecomponeerd door George Frideric Handel!

Halle_Marktkirche_Kleine_Orgel

Het historisch Reichelorgel (1664) in de Marktkirche in Halle, waar Händel is gedoopt (1685), orgelles kreeg van Friedrich Zachow en later organist werd (1702-1703)

In 1750 reisde Händel voor de laatste keer naar Duitsland. Hij kreeg op de terugweg een ongeluk tussen Den Haag en Haarlem, waar hij waarschijnlijk – net als in 1740 – op het orgel van de Grote kerk had willen spelen. Terug in Engeland kocht Händel een landschap van Salomon van Ruysdael en een gezicht op de Rijn door Rembrandt. Händel had reeds werk van Canaletto en Watteau in zijn bezit. Hij correspondeerde met de oude Telemann en stuurde een kist exotische planten naar Hamburg.

In 1751, tijdens het schrijven van zijn laatste oratorium Jephta werd hij blind aan zijn linkeroog, waarop hij stopte met componeren. In 1752 lag hij onder het mes van een aantal chirurgen vanwege staar. In 1753 was Händel volkomen blind, ondanks dit gebrek bleef hij orgel spelen en dirigeren.

Op 6 april 1759 woonde de oude Händel in het Covent Garden Theatre in Londen de laatste uitvoering van dat seizoen van zijn Messiah bij. Daarna werd hij plotseling zwaar ziek. De sterke Händel stierf op Stille Zaterdag, ‘s morgens om acht uur. Hij werd op 20 april 1759 onder grote publieke belangstelling begraven in Westminster Abbey, alwaar hij werd bijgezet.

Zijn fortuin schonk hij voor de helft weg aan een nicht in Gotha; enkele neven, een tante, zijn bedienden, een bevriende weduwe, zijn dokter kregen de rest. Het orgel schonk hij aan de theaterdirecteur John Rich, de librettist Charles Jennens kreeg twee portretten, een liefdadigheidsgesticht kreeg de partituur van de Messiah.

Händelmonument in Westminster Abbey

Händelmonument in Westminster Abbey door Louis Francois Roubiliac (1762)

De rouwdienst werd bijgewoond door 3000 mensen en de koren van Westminster Abbey, St Paul’s en de Chapel Royal zongen de liturgie.