Voor Home klik op het Vino Amore logo! info@vinoamore.nl

Vino Amore

Weihnachtsoratorium Oratoria di Natale – J.S. Bach – BWV 248 Sinfonia

Weihnachtsoratorium Oratoria di Natale – J.S. Bach – BWV 248 Sinfonia

Weihnachtsoratorium

Het Weihnachtsoratorium (BWV 248) (Kerstoratorium; Oratorium Tempore Nativitatis Christi) is een oratorium, bestaande uit zes afzonderlijke, maar inhoudelijk verbonden werken, soms aangeduid als cantates, geschreven door Johann Sebastian Bach voor de periode van Kerst 1734 tot en met Driekoningen 1735. De teksten zijn ontleend aan het Evangelie volgens Lucas en het Evangelie volgens Matteüs en waarschijnlijk geschreven door librettist Picander (pseudoniem van Christian Friedrich Henrici).

Hoewel de cantate eenzelfde functie had als het oratorium – het muzikaal ondersteunen van de kerkdienst – is het volgens Dürr onjuist om, zoals wel gebeurt, de afzonderlijke delen van het Kerstoratorium als ‘cantate’ aan te duiden, aangezien zij niet los van elkaar staan en niet afzonderlijk in een dienst gebruikt kunnen worden. Ook Bach spreekt niet van ‘cantate’, maar van ‘deel’. Bach en Picander legden ook geen verband met alle Bijbelpassages die voor de betreffende dag voorgelezen moesten worden – wat bij een cantate wel het geval is – om een continue verhaallijn tussen de delen te behouden.

Weihnachtsoratorium en haar inhoud

Het Weihnachtsoratorium ontstond in dezelfde periode als de twee andere werken die Bach als oratorium aanduidde: het Hemelvaartoratorium en het Paasoratorium. De drie oratoria hebben een doorlopende actie gemeen. In het Paasoratorium wordt dit bereikt door de introductie van een quasi-dramatisch spel van mensen die ‘live’ verslag doen van de Opstanding en de emoties die dat bij hen veroorzaakt. In het Kerst- en Hemelvaartoratorium is er een verteller, de evangelist. In alle drie werken maakt Bach gebruik van composities uit voorgaande jaren: het Paasoratorium kwam voort uit één enkele verjaardagscantate (Entfliehet, verschwindet, entweichet, ihr Sorgen, BWV 249a), waarvoor, naast het gebruik van een andere tekst, de aria’s en het koor werden bewerkt en nieuwe recitatieven werden gecomponeerd; het Kerst- en Hemelvaartoratorium werden samengesteld uit verschillende werken van verschillende soort.

Toen Bach het Weihnachtsoratorium componeerde had hij waarschijnlijk de populaire voorbeelden van de Weihnachtshistorien van Sebastian Knüpfer (Von Himmel hoch da komm ich her) en Johann Schelle (Actus musicus auf Weyh-Nachten) voor ogen. Een belangrijke voorloper van de Weihnachtshistorien van Knüpfer en Schelle was de Historie der Geburt Christi (SWV 435) die Heinrich Schütz in 1664 schreef. Ook tijdgenoten van Bach schreven Kerstoratoria, zoals Johann Heinrich Rolle (Oratorium auf die Geburt unsers Heilandes Jesu Christi) en Carl Heinrich Graun (Oratorium in Festum Nativitatis Christi).

Wereldlijke cantates

Een aanzienlijk aantal delen van het Weihnachtsoratorium zijn gemaakt door de tekst van eerder gecomponeerde wereldlijke cantates te veranderen:

  • Tönet, ihr Pauken! Erschallet, Trompeten! (BWV 214), Felicitatiecantate voor de Verjaardag van Keurvorstin-Koningin Maria Josepha op 8 december 1733 (daaruit de oratoriumdelen 1, 8, 15, 24) – dit verklaart ook de begeleiding met pauken en trompetten.
  • Laßt uns sorgen, laßt uns wachen. Herkules auf dem Scheidewege (BWV 213), cantate voor de verjaardag van de Keurprins Friedrich Christian op 5 september 1733 (daaruit de oratoriumdelen 4, 19, 29, 36, 39, 41)
  • Een verloren geestelijke cantate (BWV 248a) voor een niet bekende bestemming (daaruit de oratoriumdelen 54, 56, 57, 61-64)
  • Preise dein Glücke, gesegnetes Sachsen (BWV 215) (hieruit het oratoriumdeel 47)
  • Een verloren cantate (hieruit het oratoriumdeel 51)
  • Lasset uns nun gehen gen Bethlehem en Wo ist der neugeborne König zijn mogelijk bewerkingen van Ja nicht auf das Fest en Pfui dich uit de (verloren gegane) Markus-Passion uit 1731.

De eerste vier delen van het Weihnachtsoratorium zijn dus vooral gebaseerd op de drie wereldlijke cantates, de vijfde is vrijwel helemaal origineel en de zesde is op een enkele, verloren gegane kerkcantate gebaseerd. Met het opnemen van grote delen uit de drie (gelegenheids)cantates in het Kerstoratorium kon Bach ze tevens verduurzamen. Belangrijke redenen voor Bach om deze cantates te kiezen waren de kwaliteit ervan en het feestelijke karakter, dat eenvoudig te vertalen was naar het Kerstverhaal.

Weihnachtsoratorium

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.