Voor Home klik op het Vino Amore logo! info@vinoamore.nl

Vino Amore

Dutch Baroque Orchestra speelt Mozart

Dutch Baroque Orchestra speelt Mozart

Dutch Baroque Orchestra speelt Mozart

Wolfgang Amadeus Mozart (Salzburg, 27 januari 1756 – Wenen, 5 december 1791), eigenlijk Joannes Chrysostomus Wolfgangus Theophilus Mozart, was een uit het prinsaartsbisdom Salzburg (in het tegenwoordige Oostenrijk) afkomstige componist, pianist, violist en dirigent. Mozart was een wonderkind, dat op uitzonderlijk jonge leeftijd viool, klavecimbel en orgel speelde en kwalitatief hoogstaand werk componeerde. Als veelzijdig componist presteerde Mozart in vele genres, waaronder vocale (opera, Singspiel, missen) en instrumentale orkestmuziek als de symfonie en concertante muziek (met name pianoconcerten, serenades en divertimenti). Ook componeerde hij voor kleinschaliger bezettingen, waaronder sonates voor diverse instrumentale bezettingen en strijkkwartetten en -kwintetten. Mozart wordt naast Johann Sebastian Bach en Ludwig van Beethoven gerekend tot de componisten die binnen een traditie nieuwe muzikale concepten bedachten en die diepgaande invloed uitoefenden op alle na hen komende componisten. Mozarts werk wordt gerekend tot de muziek van de klassieke periode. Samen met Joseph Haydn en Ludwig van Beethoven vormt hij, muziekhistorisch gezien, de Eerste Weense School.

De kerksonates

W.A. Mozart componeerde tussen 1772 en 1780 zeventien kerksonates, ook wel ‘Sonate all’ Epistola’ genoemd. De Kerksonates waren bedoeld als instrumentaal intermezzo tussen de Epistel- en Evangelielezingen tijdens de feestelijke liturgische diensten in de Salzburger Domkerk. Mozart hield zijn kerksonates heel beknopt. Zo duurt de kortste sonate nog geen drie minuten, de langste duurt rond de 7 minuten. Waarom deed Mozart dit? De aartsbisschop had namelijk besloten dat kerkdiensten niet langer dan drie kwartier mochten duren. Aanvankelijk speelt het orgel alleen een achtergrondrol als continuo-instrument. Vanaf 1776 krijgt het orgel een meer obligaat concerterende functie. In de laatste kerksonates vermeldt Mozart zelfs een aantal registeraanduidingen. Deze laatste werken (o.a. KV336 met cadens) laten zich goed vergelijken met de feestelijke orgelconcerti van Joseph Haydn. Interessant bij deze verzameling kerksonates is de stilistische ontwikkeling. De eerste werkjes staan nog sterk onder Italiaanse invloed; de latere sonates tonen meer polyfonische rijpheid. Drie kerksonates vragen zelfs om grote orkestbezetting.

Mozarts verbondenheid met het orgel blijkt uit het volgende citaat, afkomstig uit een brief die Wolfgang Amadeus Mozart op 18 oktober 1777 aan zijn vader schreef: “Toen ik meneer Stein vertelde dat ik graag op zijn orgel wilde spelen, omdat het orgel mijn favoriet is, was hij zeer verbaasd en zei: Wat, een man als u, zo’n groot klavierspeler, wil spelen op een instrument dat geen zoetheid heeft, geen expressie, geen piano en geen forte, maar dat steeds hetzelfde klinkt? Dat betekent niets. Het orgel is in mijn ogen en oren de koning van alle muziekinstrumenten”. Mozart speelde overigens in 1766, toen was hij tien jaar, op het Müllerorgel te Haarlem!

Vermoedelijk voerde Mozart de overige kerksonates uit met een enkel bezet orkestje, al dan niet aangevuld met fagot. Dutch Baroque Orchestra zocht naar het klankbeeld dat W.A. Mozart moet hebben gekend, door gebruik te maken van historische instrumenten. Nog niet eerder zijn deze sonates opgenomen met een barokfagot in de bezetting. Ook voorgangers en tijdgenoten van Mozart schreven concerten of sonates voor (obligaat) orgel of klavecimbel. Het beroemde harpconcert klinkt hier in de door Handel gemaakte orgelversie. Bijzonder is ook het klavierconcert van de blinde componist Stanley, een collega van Handel. Ook de door menigeen geliefde warme klank van de historische fagot was te beluisteren in de fraaie sonate van de onbekendere componist Schaffrath. Ook was dit instrument te beluisteren in de unieke sonate van G.P. Telemann. De meeste van deze kerksonates van Mozart zijn korte, opgewekte allegro-delen met een continuorol voor het orgel. Feitelijk staan we dan nog met één been in de Barok. Maar KV 244 heeft al wel een uitgeschreven orgelpartij. En KV 336 heeft in feite zelfs twee orgelpartijen, aangeduid met solo en ripieno, dus een verschil in sterkte door middel van registers; een miniatuurconcert met een uitgewerkte solopartij voor de organist.

Barokfagot

De barokfagot speelde in deze avond een hoofdrol.  De barokfagot speelt meestal de baslijn als onderdeel van het basso continuo, een begeleidende rol dus, maar heel fraai is ook zijn solistische rol, waarin zijn warme, fragile klank zich loszingt. Dat horen we in twee werken, eerst in de sonate van Georg Philipp Telemann en vervolgens in het werk van Christoph Schaffrath. Over de Duitse componist, klavecinist en musicoloog Christoph Schaffrath (1709-1763) is weinig bekend. Opvallend is dat hij slechts instrumentale muziek schreef, zoals het duetto voor obligaat klavier en fagot. Het woord ‘obligaat’ onderstreept de gelijkwaardige rol voor beide instrumenten.

Dutch Baroque Orchestra speelt Mozart

Zoals te doen gebruikelijk verzorgde Vino Amore de wijn na afloop en maakten veel mensen gebruik van de gelegenheid om nog even na te praten over dit sprankelende concert!
Voor de concertagenda van de Stichting Dutch Baroque, klik hier!

 

Het concertprogramma bestond uit:

  1. Wolfgang Amadeus Mozart (1756 – 1791) – Kerksonate KV 244 in F Dur – Salzburg, april 1776 – 2 violen, bas, orgel (solo)
  2. Christoph Schaffrath (1709 – 1763) – Duetto in g-moll voor obligaat klavier en fagot – Andante – Allegro assai – Allegro
  3. Johann Sebastian Bach ( 1685 – 1750) of Carl Philipp Emanuel Bach (1714 – 1788) – Sonate in F voor viool en obligaat klavier (BWV 1022) – Allegro e presto – Adagio – Presto
  4. John Stanley ( 1712 – 1786) – Concerto in c-moll voor klavier, 2 violen en basso continuo, Opus 10 nr. 4 (1775) – Vivace – Andante Affetuoso – Presto
  5. George Frideric Handel (1685 – 1759) – Orgelconcert in B-dur op.4 nr. 6 (HWV 294) – Andante allegro – Larghetto – Allegro moderato
  6. Georg Philipp Telemann ( 1681 – 1767)  Uit “Der getreue Music-Meister”, Sonata TWV 41: f1 voor fagot en basso continuo – Triste – Allegro – Vivace
  7. Wolfgang Amadeus Mozart (1756 – 1791) – Kerksonate KV 336 in C Dur – Salzburg, maart 1780 – 2 violen, bas, orgel (solo)
  8. Telemann Sonate in f-minor (fagot solo) – Georg Philipp Telemann (aus “Der getreue Music-Meister”) 1728 – Mozart KV 336 in C gr.t. – Salzburg, maart 1780 – 2 violen, bas, orgel

Dutch Baroque Orchestra:

Gerard de Wit – kistorgel en leiding

Noyuri Hazama – 1e viool

Elise van der Wel – 2e viool

Petr Hamouz – cello

Alon Portal – contrabas

Kim Stockx – fagot

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.