Voor Home klik op het Vino Amore logo! info@vinoamore.nl

Vino Amore

Kantata! Bach & Telemann Dordrecht

Kantata! Bach & Telemann Dordrecht

Kantata! Bach & Telemann Dordrecht

Kantata! is een meerjarenthema van de Stichting Dutch Baroque. De cantates van J.S. Bach kennen we allemaal. Maar wist u dat er onnoemelijk veel cantate  pareltjes door leerlingen en tijdgenoten van Bach zijn gecomponeerd? De komende jaren hoopt Stichting Dutch Baroque bekende en minder bekende cantates tot klinken te brengen. Voor dit eerste concert een programma met muziek van Bach en Telemann. Zowel voor de kenners als de niet kenners een wonderschoon programma om niet te missen! De intense overbekende cantates van Bach BWV 106 en 131, waarbij Telemanns cantate onbetwistbaar aansluit, staat het vreugdevolle motet ‘Lobet dem Hernn’ en de feestelijkheid van orkestrale muziek met blokfluit en klavecimbel als uitersten tegen over elkaar.

Georg Philipp Telemann

Georg Philipp Telemann (1681 – 1767), van 1721 tot zijn dood werkzaam als muziekdirecteur in Hamburg, was in zijn tijd de grootste Duitse componist. Zijn Trauer-kantate “Du aber, Daniel, gehe hin” is een jeugdwerk, ontstaan omstreeks 1710. Hij schreef deze vermoedelijk na zijn ‘succesvolle’ studietijd in Leipzig (1701 – 1705) waarbij hij als organist en operadirecteur fungeerde, en voordat hij vertrok naar Frankfurt (1712) en later Hamburg (1721). De cantate is ongetwijfeld geschreven voor een rouwdienst. Ze wordt wel vergeleken met Bachs ACTUS TRAGICUS “Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit” (BWV 106) van 1707 (en dus niet met zijn veel later (1727) ontstane TRAUERODE “Laß, Fürstin, laß noch einen Strahl”, BWV 198). Gezien Telemanns openingskoor op een oudtestamentische bijbeltekst (Daniël 12:13), zijn ‘moderne’ recitatieven en da-capo aria’s (die in BWV 106 nog ontbreken) is zijn compositie op stilistische gronden van iets later datum. Vanwege hun gemeenschappelijke bestemming, een rouwplechtigheid, spelen in alle drie voornoemde composities twee viola da gamba, naar gewoonten van de tijd. Telemann’s cantate heeft daarnaast vier – ongetwijfeld enkelvoudig bezette – vocale partijen benevens een blokfluit, een viool en een hobo en een zwaar bezette continuogroep (orgel, cello, violone, fagot). Aansluitend bij de Bijbeltekst die de profeet Daniel verzekert dat hij gerustgesteld kan sterven omdat hem dat dichterbij de eeuwigheid brengt, behandelt de cantate de toenmaals karakteristieke wereld-afwijzende Todessehnsucht: de gedachte dat de dood alle aardse lijden beëindigt en daarom als een onschuldige slaap kan worden verwelkomd. En wanneer het over de dood gaat zijn strijkerspizzicati en korte blazersakkoorden nooit veraf, als uitbeelding van het schelle geklepel van doodsklokken (Leichenglocken) en symbolen voor het wegtikken van de tijd en een stagnerend levensritme; u hoort ze in de sopraanaria en het slotkoor. De onbekende tekstdichter liet zich voor het bas-arioso inspireren door een lied uit 1653 van Johann Franck (O Tod, du Schlafes Bruder) dat men zich uit de Kreuzstabcantate (BWV 56) kan herinneren. Het slotkoor, een wiegelied op de tekst “Schlaft wohl”, doet natuurlijk denken aan het slotkoor van Bachs JOHANNES-PASSION, “Ruht wohl”, van een jaar of vijftien later.

Naast koffie en cupcakes van Medair schonk Vino Amore op deze avond de wijn!

 

Vino Amore

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.