Domaine de la Romanée-Conti de adel en de breuk met Twente
De wraak van de Franse nobele ziel, een Twentse tragedie
Domaine de la Romanée-Conti – Ergens in de drassige, door melancholieke nevels omhulde dreven van Twente, een streek waar de intensieve varkenshouderij normaliter de hoogste trede van het culturele leven markeert, leefde men dertig jaar lang in de volstrekt hoogmoedige veronderstelling dat men ongestraft God en de Mammon kon dienen. De heer Henk Maas, voormalig uitbater van een onderneming die de ronduit pompeuze, naar een misplaatst soort nouveau-riche-sjiek riekende naam Le Vin en Direct droeg, genoot aldaar een welhaast goddelijk privilege. Het was hem vergund om de vloeibare aristocratie van het befaamde Domaine de la Romanée-Conti, een nectar die door engelen bij maanlicht lijkt te zijn gebotteld, de vaderlandse grens over te dragen. We spreken hier voor alle duidelijkheid niet over het zachtgeprijsde, met houtkrullen en inferieure sulfieten aangelegde slobbervocht waarmee de moderne, zielloze kantoorklerk steevast op vrijdagmiddag de teloorgang van zijn werkweek tracht weg te spoelen. (dit is dan nog beter) Neen, we spreken hier over de onbetwiste koning der Bourgognes, over de absolute en onaantastbare apotheose van de druif.
Doch, en dit is een tragiek die zich telkens weer als een nare oprisping in onze vaderlandse geschiedenis herhaalt: de Hollandse kruideniersziel verloochent zich nimmer. Zij is een bodemloze, weke put van lafhartig opportunisme, immer kruiperig op zoek naar de ultieme schaalvergroting der platvloersheid. De drang tot esthetische nivellering stroomt de Nederlander door de aderen als was het verdunde karnemelk. Waar ergens een vleugje distinctie of nobelheid dreigt op te bloeien, moet onmiddellijk de botte bijl van het winstbejag en de massaconsumptie worden gehanteerd. Men kan het de koopman in de kern wellicht nauwelijks kwalijk nemen; hij volgt immers slechts zijn inferieure instincten, zoals een vette mestkever onherroepelijk en blindelings naar de verse vlaai kruipt.
En zo geschiedde het, onvermijdelijk en met een treurige, wiskundige voorspelbaarheid, dat onze Twentse handelaar, klaarblijkelijk gedreven door een onbedwingbare, masochistische zucht naar het volstrekt banale, besloot zijn exclusieve importbedrijf te laten opslokken door de amorfe e-commercegigant e-Lucious. Alleen die naam reeds! Het is een volstrekt debiele nomenclatuur die klinkt als een fatale, onbehandelbare tandvleesontsteking, of wellicht als een onzedelijk chatprogramma voor eenzame en wanhopige pubers, maar geenszins als een cultureel instituut dat de hoedster zou kunnen zijn van eeuwenoude, sacrale Franse wijntradities.
Domaine de la Romanée-Conti en de esthetische misdaad
Dit zielloze conglomeraat, dat vanzelfsprekend het bezit is van een kudde anonieme, schaduwrijke investeerders wier enige literaire uiting het rücksichtslos doorspitten van de kwartaalcijfers behelst, vent niet uitsluitend anoniem bulkvocht uit via schreeuwerige en schreeuwend lelijke internetportalen. Neen, de gruwel reikt veel en veel verder. Deze grootgrutter in vloeibare middelmatigheid grossiert tevens in alledaagse koffiebonen en – het toetsenbord brandt en sist daadwerkelijk onder mijn vingers bij het intikken van deze onheilstijding – dierenvoeding. U leest het met afgrijzen, maar u leest het goed: hondenbrokken en kattenbakkorrels.
Om de volle, duizelingwekkende omvang van deze intellectuele en esthetische misdaad te kunnen bevatten, dient men zich eerst te verdiepen in de aard van het slachtoffer. De Romanée-Conti is in de verste verte geen dorstlesser. Het is een artefact van uiterste, eeuwenoude toewijding, geboren uit een onooglijk lapje grond waar de monniken van weleer de aarde letterlijk proefden en analyseerden om de Goddelijke essentie van de druif en bodem te doorgronden. 1 In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. 2 Dit was in den beginne bij God. 3 Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. Elke individuele druppel ademt de mystiek van de abdij, de noeste, volhardende arbeid van generaties wijnboeren die met een bijna angstaanjagende overgave elke wijnstok koesterden alsof het hun eigen kwetsbare kroost betrof. Het is vloeibaar gemaakte geschiedenis, een alchemistische triomf waarbij de van nature nietige mens, voor heel even, de schepping weet te overstijgen.
Stelt u zich daarom eens de onversneden ontzetting, de blinde, naar adem happende paniek voor in de in eeuwenoud stof en heilige schimmels gehulde kelders van Vosne-Romanée, toen de mare uit de polder eindelijk binnensijpelde. De absolute, verbijsterende esthetische walging die daar door de gewelven moet hebben gegaloppeerd. De rillingwekkende gedachte alleen al dat een fles Romanée-Conti – het vloeibare, transcendentale equivalent van een vlekkeloos uitgevoerde Mozart-symfonie – in de ranzige digitale bedrijfsboeken van een of andere anonieme holding de kolommen zou moeten delen met de seizoensgebonden kortingsacties voor runderpens, verrijkte caviakorrels en geperste hondenstaven in de bulkverpakking. Het is de kille, doordachte moord op de goede smaak, georkestreerd in een Twents spreadsheet. Een gruwelijke devaluatie van het sacrale tot het ridicule.
De Fransen, die gelukkig, in schril contrast tot het nuchtere volk der polderbewoners, nog over dat uiterst zeldzame, aristocratische zintuig genaamd ‘smaak’ beschikken en bovendien een ongebroken besef van hiërarchie en beschaving hebben behouden, spraken ogenblikkelijk van een fundamentele vertrouwensbreuk. Zij spraken van verraad aan de kunst, en dat deden zij met morele helderheid en volkomen terecht. Men giet nu eenmaal geen puur vloeibaar goud in een roestige zinken voederbak. Men schenkt geen grand cru van wereldfaam in een beduimeld plastic bekertje dat nog vaag naar lauwe automatenkoffie ruikt. De levensader naar de Twentse dreven werd, met een licht beschaamde maar tegelijkertijd genadeloos kordate en trefzekere beweging, definitief dichtgedraaid. De bezoedelde, wegrottende tak werd geamputeerd opdat de boom in vrede verder kon leven.
Wat vervolgens de annalen van de Nederlandse rechtspraak haalde, was een potsierlijk treurspel dat in zijn diepe, beschamende treurigheid nauwelijks zijn weerga kent. Uit zijn zelfgecreëerde, met kortingsbonnen beplakte paradijs verdreven, kroop de gevallen importeur jammerend, jengelend en briesend naar de kantonrechter. In Almelo, of all places – een onbeduidende provincieplaats wier voornaamste historische bijdrage aan de mensheid bestaat uit het immer stug volhouden van de hardnekkige illusie dat het een echte stad is, en die nu diende als het troosteloze decor voor dit potsierlijke drama – moest het pleit worden beslecht. Daar, onder het meedogenloze, sissende neonlicht van de lokale rechtspraak, eiste de handelsman met droge, hebberige ogen en een werkelijk verbazingwekkend gebrek aan zelfinzicht dat de Franse wijnmeesters juridisch gedwongen zouden worden hun onvervangbare meesterwerken nog op zijn minst twee volle jaren aan zijn door hondenvoer besmette imperium uit te leveren. En mochten zij de moed hebben te weigeren deemoedig te buigen voor de almacht van de Twentse diervoederleverancier, dan diende de rechtbank hen onverwijld te veroordelen tot het aftikken van de schamele, schaamteloze som van 2,7 miljoen euro.
Hij schermde voor de verbouwereerde magistraat op ronduit pathetische wijze met de decennialange banden, met de trouw van weleer en met zijn eigen – o, hartverscheurende ironie van de opportunist – financiële afhankelijkheid. Daarbij vergat hij voor het gemak even, in een staaltje van stuitende intellectuele oneerlijkheid die de honden beslist geen brood zouden lusten, dat hijzelf, en hij alleen, de kwade genius was geweest die deze nobele, historische banden voor een zak zilverlingen had verkwanseld. Hij had het onschatbare culturele erfgoed klakkeloos ingeruild voor de kille, berekenende omhelzing van een zielloze e-commerce grootgrutter. Het is het klassieke ziektebeeld van de dader die zich wentelt in de behaaglijke slachtofferrol; het is de roekeloze pyromaan die de brandweer met veel bombarie voor de rechter sleept wegens vermeende waterschade.
De rechter, verrassend en tot mijn niet geringe opluchting volstrekt ongevoelig voor dit kleinzielige, klagende provinciale gejammer, wees de verongelijkte koopman met besliste hand en koele blik de deur. Het bleek bovendien, als kers op de taart van deze farce, dat de Twentse handelaar in al zijn onmetelijke wijsheid maar liefst zeventien volle maanden op zijn handen had gezeten alvorens hij was overgegaan tot het aantekenen van een formeel bezwaar. Hij verklaarde stotterend tegenover de rechtbank, in een ultieme poging zijn eigen lamlendigheid te maskeren, dat hij zich ‘niet agressief had willen opstellen’ teneinde de inmiddels zwaar verminkte relatie met de Fransen te redden.
Dit is zonder de minste twijfel het meest erbarmelijke, abjecte en intellectueel luie eufemisme van dit jonge decennium. Het is niets minder dan de laffe, kruiperige hoop van de parvenu dat de trotse Franse aristocratie de indringende, ranzige stank van de opgestapelde hondenbrokken op den duur wellicht stilletjes zou vergeten. Dat zij, murw geslagen door de tijd, uiteindelijk schoorvoetend zouden instemmen met de absurde gedachte dat het banale en het verhevene vredig en zonder wrijving naast elkaar in één enkele vulgaire webshop kunnen existeren. Maar de heersers van Vosne-Romanée bezitten een lang geheugen en zij vergaten niets. Zij lieten zich nimmer in de luren leggen door de doorzichtige vertragingstactieken van een boekhoudende polderhandelaar.
De heiligschennis is daarmee goddank passend en adequaat bestraft, een zeldzaamheid in onze moderne tijden. De uitbater likt zijn wonden, zwijgt noodgedwongen in alle toonaarden en kan zijn dagen vullen met het wezenloos aanstaren van zijn virtuele schappen vol geurende kattenbakvulling en blikken goedkope kattenpaté. De mythische, poëtische Romanée-Conti is daarentegen in een uiterste, heroïsche krachtsinspanning gered uit de grijpgrage klauwen van de genadeloze, alles verslindende en alles nivellerende massaconsumptie. De natuurlijke orde der dingen, de morele hiërarchie van het goede en het slechte, is voor een kort maar schitterend moment in haar volle glorie hersteld. En het is precies deze glasheldere demarcatie, deze genadeloze scheiding der geesten tussen de berekenende koopman en de bevlogen kunstenaar, die ons leert dat ware, onaantastbare beschaving nimmer voor een paar stuivers op de digitale uitverkooptafel te grabbel mag worden gegooid.

