Het sterven van wijngaarden is geen vooruitgang maar culturele sabotage
Het uitsterven van de krant is goed nieuws. Minder papier. Minder bomen. Minder leugens. Minder manipulatie! De Duitse, Finse, Franse en Zweedse bossen klappen beleefd. Het klimaat krijgt een sticker en mag weer even liggen. Probleem opgelost. Natuurlijk niet. Maar zo denken we tegenwoordig wel: alles wat moeite kost, mag verdwijnen. En dus is ook het sterven van wijngaarden ineens een teken van vooruitgang. Gezondheid. Beschaving. Moreel krediet voor wie toch al niets produceert.
Er is altijd iemand die het durft op te schrijven: “Het sterven van de wijngaarden is goed nieuws.” Dat is het soort zin dat alleen kan worden bedacht in een stad waar wijn uit schroefdoppen komt en geschiedenis uit musea. Goed nieuws. Voor wie? Voor beleidsmakers. Voor Excel. Voor mensen die denken dat morele superioriteit een volwaardige levensstijl is. Niet voor de families die al generaties lang wijngaarden onderhouden. Niet voor mensen die weten hoe regen ruikt tussen de ranken. Niet voor landschappen die zonder wijnbouw veranderen in onbestemde groene rommel of bouwgrond voor mensen die “buiten wonen” maar nooit buiten zijn.
https://www.instagram.com/reel/DRzu4JfCHns/
Wijn en alcohol
Wijn herleiden tot “alcohol = dood” is geen strengheid, het is luiheid met een moreel randje. Wijn kan gezond zijn. Ja, werkelijk. Dat weet iedereen die meer leest dan slogans. Maar probeer dat nog maar eens te zeggen in Nederland, waar tv-reclames elk wijnglas filmen alsof het een metastase op steel is. Niet ieder glas alcohol eindigt in kanker. Die suggestie is geen wetenschap, het is schuldmarketing. Als ik nog één spotje zie waarin een wijnglas wordt gepresenteerd als een biologisch wapen, schenk ik er eentje bij. Niet uit provocatie, maar uit beschavingsdrang.
Wijn is geen medicijn. Maar het is ook geen gifvat. Het is cultuur. Europees erfgoed. Net zo vanzelfsprekend als brood, olijfolie en het vermogen om uren te ruziën over kwaliteit zonder iets op te lossen. Wijn heeft streken gevormd, dorpen laten overleven, biodiversiteit beschermd en mensen geleerd dat tijd iets is wat je moet laten rijpen. Een wijngaard schakel je niet uit alsof het een distributiecentrum is. Dat is alsof je opera verbiedt omdat sommige mensen vals zingen.
Ja, alcoholmisbruik bestaat. Uiteraard. Maar wie dat probleem denkt op te lossen door complete wijngaarden moreel te ruimen, bedrijft geen gezondheidsbeleid maar esthetische zuivering. Het denken van mensen die liever wissen dan begrijpen. Complexiteit is vermoeiend. Verbieden is comfortabel. Zelfs de WHO is inmiddels iets minder hysterisch. Dat had een signaal kunnen zijn. Maar nee. Sommige commentatoren blijven liever schreeuwen. Want nuance vereist kennis. En kennis is elitair geworden.
Morele zelfgenoegzaamheid
In Duitsland alleen al verdwijnen duizenden hectares wijngaard. Geen lifestyle-decorstukken, maar werkend cultuurlandschap. Familieterrein. Geschiedenis in rijen geplant. Als die verdwijnen, verdwijnt er geen alcohol. Er verdwijnt geheugen. Vakmanschap. Regionale identiteit. Maar dat staat niet in een grafiek, dus telt het niet.
Het echte probleem is afstand. Stad tegenover land. Moraal tegenover modder. Wie vanuit een bureau schrijft over “de Duitsers en hun alcoholprobleem” ziet wijn alleen als risico, nooit als arbeid, landschap of cultuur. Een wijngaard is geen moreel vraagstuk dat je oplost met een opiniestuk en een havercappuccino.
Je mag wijn bekritiseren. Moet zelfs. Maar het toejuichen van het verdwijnen van complete wijngaarden is geen vooruitgang. Het is gemakzucht vermomd als deugd. Het is beschaving gereduceerd tot een checklist.
De mens leeft niet van water alleen. En al helemaal niet van morele smoothies. Laat ik dan maar beter Johannes Calvijn citeren, en hij heeft nog gelijk ook:
Volgens Calvijn had God de wereld met geen ander doel geschapen dan dat de mens er gelukkig zou worden en dat hield onder andere in: genieten van lekker eten en heerlijke wijn. Mensen hebben weliswaar genoeg aan water, zei hij, maar God heeft toch wijn gegeven om ons vrolijk te maken.”
Calvijn, die toegaf dat hij tegen de dorst altijd de neiging had meer wijn te drinken dan eigenlijk was toegestaan, kende de gevaren van alcohol. Hij waarschuwde dan ook tegen overdaad. “Maar als wijn vergif is voor een dronkaard”, zo schreef hij, “wil dat toch niet zeggen dat iedereen er een afkeer van moeten hebben? Alsjeblieft niet, zeg. Wij laten ons daar de smaak niet door bederven, integendeel ons smaakt de wijn heerlijk!”
Mensen mogen van goede wijn genieten, noteerde Calvijn in zijn Institutie. “Als iemand twijfelt of hij een goed merk wijn mag drinken, zal hij vervolgens nog geen verschaalde wijn met een vredig geweten drinken en ten slotte zal hij geen water dat zoeter is dan ander water durven aanraken. Ten slotte zal het nog zover met hem komen, dat hij het voor zonde houdt over een grasspriet te stappen die hem dwars voor de voet ligt.”
Misschien wordt het tijd dat we weer iets leren wat onze grootouders al wisten: een glas om van te genieten. Niet om te vluchten. Genot in plaats van paniek. Cultuur in plaats van dogma. En een beetje respect voor een ambacht dat al duizenden jaren meer toevoegt dan het kan schaden. Wie het sterven van wijngaarden viert, verwart moraal met morele zelfgenoegzaamheid. En dat is dodelijker voor een samenleving dan wijn ooit zal zijn.
