Bâtard-Montrachet, la vigne et la théologie de la Craie et les barriques de Chartron
Bâtard-Montrachet, la vigne et la théologie de la Craie
Waar de kille mistflarden de ondoorgrondelijke kalkgronden van Bourgondië omstrengelen, waakt Jean-Michel Chartron als een erudiete rentmeester over een vloeibaar archief. Hij is geen ordinaire landman, doch de onverzettelijke architect van een drinkbare theologie, een heerser die de tomeloze waanzin van liefst twintig afzonderlijke percelen met kloosterlijke verbetenheid in glas tracht te vangen. In zijn gewelven resoneert ontegenzeggelijk de erfenis van een koddige, edele dwaling. We ontwaren in de nevelen de schim van een ridderlijke dwaas die de wapengekletterende horizonten verkoos boven het bed, een hitsige paladijn die de veronderstelde kuisheid van een toevertrouwde jonkvrouw iets te doortastend ontmantelde, en het resulterende bastaardkind dat naderhand als een jammerend bewijsstuk in de schoot van de ontgoochelde leenheer werd geworpen.
Uit dit feodale theater van lust, toorn en onverwachte barmhartigheid ontsproten de illustere titels van de mythische wijngaarden. Gelijk de onverbiddelijke steenwortels het hemelwater louteren ten behoeve van de vrucht, zo absorbeerde deze vergevingsgezinde aarde de vleselijke feilbaarheid om haar zwijgend te sublimeren tot onsterfelijke weelderigheid. Typisch hoe een quasi-excentrieke, fabelachtige wijn chique zwoelheid rimpelloos mixt met de pijnlijke sporen van vijf vergeten oerzonden. Het is in deze labyrintische dwaaltuin dat Chartron als een aristocratische censor de gracieuze, messcherpe mineraliteit van het stenige hart in La Combe genadeloos scheidt van de vettere, wulpse symfonieën die men uit de lager gelegen kleigronden perst. Je kunt daar naderhand met een belachelijk duur kristallen glas in je hand natuurlijk gruwelijk gewichtig en poëtisch over gaan lopen doen, maar in de kern is wijn de opbrengst van de wijngaard en de wijnboer.
Het is Jean-Michel Chartron die in dit epos niet louter fungeert als toevallige verteller, doch als de erudiete bewaarder van de sleutels. Als hoeder van Domaine Jean Chartron belichaamt hij de ononderbroken dynastie van lieden die de weerbarstige grillen van de natuur al generaties lang met welhaast monnikenachtige toewijding in glas pogen te vangen. Hij is de man die, met de kalme grandeur van een landheer die zijn bezit overziet, uit de doeken doet hoe men op zijn domein de absolute waanzin omarmt door liefst twintig afzonderlijke climats met fanatieke distinctie te vinifiëren.
Waar de adellijke geesten van de heer Montrachet en zijn ridder louter nog als nevel door de gaarden waren, is het Chartron die in het heden simpelweg met de poten in de klei staat om de boel te redden. Zoals een nachtelijke wachter feilloos de contouren van zijn domein kent, zo overziet hij de breuklijnen in de aarde. Hij is het die besluit dat de Bourgogne Chardonnay uit het stenige hart van La Combe in een volstrekt ander fust thuishoort dan de sappen die men onttrekt aan de vettigere buitenwijken van het dorp.
Zonder deze man, die ons met een uiterst sobere vanzelfsprekendheid deze complexe theologie van kalk en terroir verkondigt, waren wij immers slechts dolende passanten gebleven in een labyrint van onbegrijpelijke etiketten en kurken. Jean-Michel Chartron is de ware architect van deze vloeibare geschiedschrijving, de man die de legende vertaalt naar het palet. De eerstvolgende bokaal die we heffen, vullen we uit respect voor Monsieur Chartron.
In de nevelige, door de eeuwen geplooide heuvels van Bourgondië, alwaar de aarde zelf een ondoorgrondelijke, welhaast theologische conversatie voert met de wortelstokken van de Chardonnay, rust het fundament van een mysterie dat zich louter in een kristallen bokaal laat ontcijferen.
Men dient te beseffen dat de volmaaktheid van deze bodem geenszins een eendimensionaal wonder der geologie is. Het terroir, met zijn veelheid aan specifieke percelen die men in streektaal ‘climats’ noemt, is veeleer een sacraal archief van menselijke dwalingen, stevig verankerd in kalksteen en klei. De nomenclatuur van deze wijngaarden leest dan ook als een antieke codex. Soms spreekt de grond zelve in prozaïsche termen, zoals bij de met stenen bezaaide akkers waar de harde kalk onverbiddelijk heerst, doch vaker nog zijn het adellijke titels die de boventoon voeren.
Bâtard-Montrachet et Le Montrachet
Het waarachtige relaas over de fabelachtige Grand Cru’s werpt ons in wezen terug naar de schemerige epochen der heilige reizen. Ziehier de illustere heerser, de nobele leenheer Montrachet, een man met het even kordate als onbesuisde voornemen om zich ver achter de kimmen in de gewapende verlossing van een kruistocht te storten. Voordat deze krijgsheer de massieve poorten van zijn domein achter zich in het slot liet vallen om zijn maliënkolder aan onbekende zandvlaktes te schuren, riep hij zijn ridder, de immer getrouwe Chevalier, tot zich. Deze paladijn kreeg de uiterst precaire taak opgelegd om de plaatselijke schone, een eerbiedwaardige maagd die de geschiedenis in zou gaan als La Pucelle, onder zijn gezworen hoede te nemen.
Men weet echter sinds de vroege ochtendstond der mensheid dat een hongerige vos die men de sleutel van de vogelkooi overhandigt, zelden besluit om louter waakzaam een oogje in het zeil te houden.
Een driftige lotsbestemming ontkiemde onvermijdelijk in de luwte van het achtergebleven hof. De onstuimige hartstocht overspoelde de aristocratische redelijkheid van de ridder met een vernietigende doch hoogst aangename genadeloosheid, waardoor beide zielen hopeloos in elkander verstrengelden. En gelijk het koren steevast opwast in de velden naar de wil des hemels, zo bracht de onverbiddelijke tijd haar eigen kermende bewijsstuk voort: een blakende zuigeling, een onweerlegbare bastaard.
Bâtard-Montrachet et La Pucelle
Toen de rechtmatige heer, verzwaard door de jaren en ontgoochelingen in den vreemde, uiteindelijk huiswaarts keerde, bleek de burcht allerminst ongerept. Daar stond de bewuste jonkvrouw, inmiddels pijnlijk ontdaan van haar maagdelijke aureool, om de hoog gelaarsde edelman met gebogen hoofd te confronteren met haar buitenechtelijke spruit. De heer staarde naar het wicht met een gelaatsuitdrukking alsof men hem bij het zondagse ontbijt een kom lauwe karnemelk met vellen had voorgezet, en hij stond op het punt in een ontzagwekkende toorn te ontsteken.
De bastaard, de loodzware en ijzige adem van de afwijzing feilloos aanvoelend, zette een wanhopige keel op die tot in de donkerste fusten van de kelders resoneerde. Dit meelijwekkende gehuil sneed als een blank getrokken zwaard door de ongemakkelijke stiltes der adellijke vertrekken. Doch in de stalen borstkas van de gekrenkte heerser pulseerde een meedogenloos milde waarheid, welhaast zeker gevoed door de bittere wetenschap van zijn eigen onfortuinlijk kinderloze stamboom. Een peilloze compassie, die ver uittorende boven de futiele wetmatigheden van de gekrenkte eer, verdreef abrupt zijn gramschap. Met een gebaar van grootmoedige genade nam hij het schreiende mormel tot zich en heette hij het wezen welkom in zijn geslacht. Met deze formidabele en vergevensgezinde ommekeer werd het onheil definitief van de flanken van de heuvel afgewend.

En zo is het geschied dat de meest prestigieuze wijngaarden uit deze streek hun formele namen blijvend ontlenen aan dit feodale drama. Men contempleert de edele plicht in de wijngaard Chevalier-Montrachet, men ondergaat de toorn en de uiteindelijke soevereiniteit van de leenheer in de grandioze Le Montrachet, men herkent onomwonden de vleselijke zonde in de Bâtard-Montrachet, men hoort tot op de dag van vandaag het schrijnende geween in de Criots-Bâtard-Montrachet, en men viert de grootmoedige opname in de familie in de wijngaard Bienvenues-Bâtard-Montrachet. Zij getuigen tezamen van een barmhartige aarde die grootse zonden zwijgzaam inwisselt voor onsterfelijke weelderigheid.
Dit alles vormt echter louter de fabelachtige mantel waaronder de daadwerkelijke, minutieuze magie van de overige climats zich voltrekt. De nobele wijnboeren koesteren hier in de periferie en in het dorpshart maar liefst twintig verschillende percelen, welke zij met fanatieke distinctie als afzonderlijke entiteiten vinifiëren. Richt men de blik op het specifieke perceel in het kloppend hart van het dorp, dan treft men daar de wijngaard La Combe, waar de Bourgogne Chardonnay La Combe aan wordt onttrokken. De aarde is hier doorspekt met een genereuze hoeveelheid steen, een geologische strengheid die de druif dwingt tot een messcherpe, elegante en buitengewoon gefocuste expressie. Verplaatst men zich daarentegen naar de buitenste contreien van het dorp, alwaar men een naamloze Bourgogne Chardonnay verbouwt op een ondergrond gedomineerd door een zware aanwezigheid van klei, dan transformeert het sap in een aanmerkelijk vollere, rijkere symfonie.
Aldus spreekt een en dezelfde druif met twee volstrekt verschillende tongen, volledig gedicteerd door de luimen van de bodem; een schouwspel van de natuur dat de absolute essentie van het oord in al haar glorie openbaart aan eenieder die de waardigheid bezit om zwijgend te drinken.

