Vino Amore

Dordrecht, historische wijnstad dankzij het stapelrecht!

Dordrecht, historische wijnstad dankzij het stapelrecht!

Een artikel over het verleden van Dordrecht als historische wijnstad!

Dordrecht, historische wijnstad dankzij het stapelrecht!

Het stapelrecht is een recht dat veel handelssteden – stapelplaatsen – verkregen, of zich zelf toe-eigenden, met name in de Middeleeuwen. Het recht hield in dat goederen die langs een stad werden vervoerd, eerst in de stad moesten worden opgeslagen en daar te koop worden aangeboden. Van oorsprong hield het stapelrecht ook wel in dat er bij iedere transactie tussen buitenlandse handelaren, verplicht een lokale handelaar aanwezig moest zijn. Om deze reden konden steden die zich aan de kust bevonden of aan belangrijke rivieren lagen, zoals Antwerpen en Dordrecht, zich goed ontwikkelen tot een handelsstad in de 14e en 15e eeuw. Met name in de Gouden Eeuw kwamen deze steden tot bloei!

Perkament over Dordrecht als belangrijkste stad van Holland

Perkament over Dordrecht als belangrijkste stad van Holland

De Gouden Eeuw is een periode in de Nederlandse geschiedenis die goeddeels samenvalt met de zeventiende eeuw. De noordelijke Nederlanden, die samen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vormden, maakten een bloeiperiode door op gebied van handel, wetenschap en kunsten. Ook wat betreft haar politieke en militaire macht (vooral ter zee) nam de Republiek in de wereld een vooraanstaande positie in. De bloeitijd van de noordelijke Nederlanden was een belangrijke nieuwe fase in de ontwikkeling van de westerse beschaving. Sommigen houden als beginpunt van de Gouden Eeuw 1602 aan, het jaar waarin de VOC opgericht werd; anderen kiezen voor het jaar 1609, het beginjaar van het Twaalfjarig Bestand. Tot het einde van het bestand (1621) groeide de economie vrijwel ongehinderd. Tijdens de Dertigjarige Oorlog, die goeddeels samenviel met de tweede fase van de Tachtigjarige Oorlog, was in sommige sectoren sprake van stagnatie, in andere van groei. Na 1648 trok de economie weer aan; vooral voor de nijverheid waren dit zeer voorspoedige jaren. Na het rampjaar 1672, het begin van de Hollandse oorlog (1672–1679), begon een periode van relatieve economische neergang en was de Gouden Eeuw over haar hoogtepunt heen. Een periode van consolidatie volgde.

De handel in wijn, samen met hout en granen, was voor Dordrecht in de Gouden Eeuw een belangrijke bron van inkomsten. Graaf Jan de Eerste bepaalde in 1299 dat alle wijn die vanuit Duitsland via de Rijn naar Dordrecht kwam, eerst in deze stad moest worden uitgeladen. Daarna moest de wijn nog eens 8 dagen in Dordrecht ter verkoop worden opgeslagen. Pas daarna mocht de wijn weer ingescheept worden en naar de uiteindelijke plaats van bestemming vervoerd worden. De stadse allure van Dordrecht blijkt uit de vele stenen huizen, versterkte woontorens en twee grote kloostercomplexen, van augustijnen (nu het Hof) en franciscanen.

Graaf Jan I

Jan werd direct na zijn geboorte verloofd met Elisabeth, de dochter van Eduard I van Engeland aan wiens hof hij ook vanaf 1291 werd opgevoed. Na de dood van zijn vader, in 1296, waarin ook Eduard I een grote rol speelde, aarzelde de koning om hem terug te sturen naar Holland. Hij liet een aantal Engels-gezinde edelen naar Engeland komen, onder wie Jan III van Renesse en Wolfert I van Borselen. Op 7 januari 1297 huwde Jan Elisabeth van Rhuddlan, dochter van de Engelse koning, en mocht hij eind januari, evenwel zonder zijn vrouw, naar Holland terugkeren, onder de belofte dat hij zich hield aan de door de koning toegevoegde raadslieden. Bijna een jaar later, op 10 november 1297, kon hij zijn vrouw in Zeeland ophalen.

In eerste instantie stond de jonge graaf geheel onder invloed van Jan van Renesse. Op 30 april 1297 droeg Jan I, na een machtsstrijd tussen de twee raadsheren, echter het bestuur over aan Wolfert I van Borselen, tot aan zijn 15e verjaardag. Na een conflict met het stadsbestuur van Dordrecht werd Van Borselen op 1 augustus 1299 in Delft vermoord. Hierna benoemden de steden Jan van Avesnes, graaf van Henegouwen, als regent en op 27 oktober 1299 droeg Jan I de regering voor een periode van vijf jaar aan hem over. Twee weken later stierf Jan aan dysenterie, 15 jaar oud, en met hem stierf ook het Hollandse huis uit.

Omdat hij geen directe troonopvolgers had, ging het graafschap naar Jan van Avesnes, graaf van Henegouwen (als Jan II van Holland), zoon van zijn oudtante, Aleid van Holland. Dit was de grondslag voor een personele unie tussen het graafschap Holland en het graafschap Henegouwen, die tot na de Beierse tijd zou duren. Elisabeth keerde in de zomer van 1300 naar Engeland terug. Pas in 1309 werd een regeling getroffen voor de uitbetaling van haar weduwegoed.

Het stapelrecht werd in 1815 officieel wereldwijd afgeschaft tijdens het Congres van Wenen. Maar terug naar het stapelrecht! Veel wijn werd aan wal gebracht met hijskranen. De meeste daarvan stonden opgesteld aan de Voorstraathaven. In die tijd, tussen de 14e en 17e eeuw, was er nog geen sprake van op stoom werkende kranen, laat staan hydraulische exemplaren. Het werk werd gedaan door jonge, of soms zéér jonge sterke arbeiders van klein postuur, die in een tredmolen liepen. Ze werden ook wel kraankinderen genoemd.

Interieur met huzaar en dienstmeid

Dat openbare dronkenschap in de zeventiende en ook in de achttiende eeuw in Dordrecht geen uitzonderlijk verschijnsel was, mag wellicht blijken uit dit schilderij van Abraham van Strij. Toen deze achttiende-eeuwse Dordtse schilder dit werk vervaardigde was hij ongetwijfeld geïnspireerd door een kroegscène van de zeventiende-eeuwse schilder Pieter de Hooch. De Hooch en andere schilders uit de Gouden Eeuw waren voor Abraham en diens broer Jakob belangrijke voorbeelden. De broers bewonderden de oude meesters om hun geraffineerde weergave van het licht. In hun eigen werken trachtten ze hun voorgangers zelfs te overtreffen in helderheid! De huzaar heeft overduidelijk te diep in het wijnglas gekeken en wordt bestraffend toegesproken door de serveerster. Zoals bij zeventiende-eeuwse schilderijen vaak het geval is, heeft deze scène een dubbele bodem. De sabel tussen de benen van de huzaar kan onmogelijk als een onschuldig motief worden gezien. Ook van Strij’s tijdgenoten zullen hebben begrepen wat deze vrolijke drinker zich eigenlijk wenst.

Abraham van Strij - huzaar met dienstmeid

Abraham van Strij – huzaar met dienstmeid

 

Wordt vervolgd!

Please follow and like us:
error