Voor Home klik op het Vino Amore logo! info@vinoamore.nl

Vino Amore

Copertinum Copertino Rosso DOC

2010 - copertino DOC Rosso

Copertinum Copertino Rosso DOC

Copertinum Copertino Rosso DOC – In het slaperige stadje Copertinum in de provincie Puglia worden al sinds 1935 bijzondere wijnen gemaakt door de Cantina Copertinum van onder andere de Negroamaro druif, de Copertinum Copertino Rosso DOC. De druiven die in- en direct rondom het dorpje worden verbouwd hebben dan ook hun eigen DOC. De Copertino Rosso wordt pas op de markt gebracht na meer dan een jaar lagering in beton hetgeen de wijn een bijzondere drinkbaarheid meegeeft. Zeer aromatische wijnen gemaakt van Negroamaro, Malvasia Nera en Montepulciano.

Kaastip: Pecorino

Pecorino is eigenlijk een verzamelnaam van een aantal soorten Italiaanse kazen en wordt gemaakt van schapenmelk. De bekendste soort Pecorino is waarschijnlijk Pecorino Romano, een harde kaas. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, komt Pecorino Romano niet uit Lazio of de omgeving van Rome, maar net als Pecorino Sardo van Sardinië. Pecorino wordt vanwege de iets zoute smaak vaak gebruikt in combinatie met pasta en stevige smaken. In het zuiden van Italië wordt Pecorino meer gebruikt dan de internationaal veel bekendere Parmagiano Reggiano. Dit wordt met name veroorzaakt door de lagere prijs.

2010 – Cantina Copertinum Copertino Rosso DOC

Heerlijke volle, stevige rode wijn, 6 maanden gerijpt op een combinatie van Frans en Russisch*** eikenhout. Deze combinatie zorgt voor een extra kruidig en verfijnd karakter en maakt de wijn zacht van smaak. In de neus overheerst de geur van krachtig rijp rood fruit zoals kersen, zwart fruit zoals bramen en licht vanille. De smaak is boterzacht maar toch kruidig en uitgesproken met een klein zuurtje en een weelderige afdronk!

Russisch eiken

*** Vanwege de toenemende vraag en de beperkte mogelijkheden in Frankrijk zelf, zoeken tonneliers naar andere gebieden van herkomst voor hun eikenhout. De uitgestrekte bossen van de Verenigde Staten en Rusland staan daarbij volop in de belangstelling. Onderzoek leert daarnaast, dat het Franse bos aan alle kanten wordt bedreigd. De Europese manier van bomen hakken voor fusten vraagt namelijk om een groot aantal bomen. Traditioneel worden Europese eiken in de richting van de houtnerf doorkliefd. Zo krijgt men hout waar (water)dichte duigen van worden gemaakt. De verspilling is echter gigantisch. Méér dan driekwart van het gekapte houtvolume wordt niet gebruikt. De prijs van een vat is er de laatste decennia dramatisch door gestegen. Dat zijn belangrijke motieven voor vinologen om ook andere vormen van gebruik van hout in de EU-wijnproductie (chips) toegelaten te krijgen. Technieken, die men in de nieuwe wereld al geruime tijd toepast. Verder lijkt de gezondheid van eikenbossen danig aangetast te worden door ‘klimaatstress’ en aanvallen van parasieten, wat te zien is aan het ver uiteen staan van de bladerdekken. Deze zorgwekkende situatie gevoegd bij een groter wordende vraag uit de markt heeft de prijs van het Franse eikenhout de laatste jaren met 5 tot 15% per jaar doen stijgen.

De beperking van het aanbod eikenhout, om bossen en kwaliteit te kunnen behouden, verplicht de tonneliers elders naar eikenhout te zoeken. De invloed die de allochtone eik op de kwaliteit van wijn heeft, wordt dan telkenmale ingeschat. Aan de jaarringen is niet alleen de ouderdom af te lezen; ook is te zien wat de kwaliteit van het latere duighout zal zijn. De witte Amerikaanse eik, Quercus alba, is niet van hetzelfde geslacht als de Europese die overeenkomt met de pubescente (behaarde) eik (Quercus pubescens = lanuginosa). In Noord-Amerika omvat de appellation ‘wit eiken’ alle eikenboomsoorten die hun blad verliezen. De herkomstbenaming verwijst naar de verschillende soorten, zoals de: Quercus alba, macracarpa, montana, muehlenbergii, virginiana, lylata, stellata, garryana of prinus. De globale herkomstbenaming ‘wit eiken’ is uit historisch oogpunt verbonden aan het feit, dat de meeste in Amerika gedestilleerde whisky’s uit het westen van de Appalachen komen, waar de Quercus alba heel veel voorkomt. Kuiperijen en bosontginning zijn in Amerika met name in de Midwest geconcentreerd (Kentucky, Tennessee, Missouri). De Quercus macrocarpa en eventueel de lylata kunnen interessante eiken zijn; hun invloed op de kwaliteit van wijnen is echter nog geen onderwerp van systematisch onderzoek geweest. De rode eik (Quercus rubra of borealis) wordt soms gebruikt voor de productie van hele grote vaten maar nooit voor fusten. Deze jongens geven een relatief agressieve smaak af en zijn vooral weinig waterdicht.

In tegenstelling tot hun Europese tegenhangers leent de bijzondere structuur van de Amerikaanse witte eik zich tot het zagen van zijn hout zonder het risico te lopen dat de duigen zouden lekken. De prijs van een Amerikaans eikenhouten fust is hierdoor behoorlijk lager. Amerikanen smaken anders. Vergeleken met de Europese eik waarvan de bladeren niet gesteeld zijn, is de witte Amerikaanse eik veel aromatischer, omdat het rijker is aan tannines en lignine. Wijnen die in Amerikaanse eikenhouten fusten worden bewaard zijn makkelijk door de geur (neus) te herkennen. De aromatische intensiteit is uitgesproken, het ‘houtige’ karakter is rijk en complex. Hout van de Amerikaans Quercus alba geeft wel vaker een soort licht metaalachtige bijsmaak af. De Quercus garryana, die in Oregon groeit, lijkt daarentegen weer veel op het Franse eikenhout. Om de soms excessieve uitwerking van het hout op de wijn terug te brengen, kan men beter inspelen op het volume van het fust (300, 350 of 500 liter) dan op de tijd dat de wijn op fust verblijft. Door het volume te verhogen, vertraagt men het effect van aroma’s terwijl de effecten van reductie en oxidatie de tannines soepeler maakt en de kleur van de wijn stabiliseert. Rode wijnen hebben meer aan wit eiken dan witte wijnen. Hierbij komt dat alleen wijnen die in staat zijn sterke aroma’s te verdragen, op fusten kunnen worden gelagerd gemaakt van uitsluitend Amerikaans eikenhout.

Om deze reden is het vaak interessanter wit eiken te gebruiken in combinatie met andere eikensoorten. De eerste onderzoeken op Russische eiken dateren van 1989. Om de beschikbaarheid en het potentieel van Oost-Europa beter te begrijpen, is de wijnuniversiteit van Bordeaux een onderzoek begonnen. Met name ten aanzien van de fysisch-chemische eigenschappen van de diverse eikenbossen die zich in deze regio’s bevinden. De bestudeerde Russische eiken waren allen fijn-nervig. Ze vertonen eenzelfde analytisch profiel als eiken met niet gesteelde bladeren. Toch vertonen eiken uit zuidelijke Russische provincies een zwakker aromatisch profiel dan de hoogstammige eiken uit Midden-Frankrijk. De wijze waarop bossen worden beheerd, het klimaat en bodemeigenschappen zullen zeker mede van invloed zijn op deze verschillen. Na jaren vergelijken met de Franse ‘evenknie’, vallen de smaakeffecten van de Russische eik tijdens blindproeverijen nauwelijks op. Dat geldt voor rode en witte wijn. Nuances tussen de ‘Rus’ en de ‘Fransman’ zijn in primeurwijnen al moeilijk te ontdekken; zij vervagen in wijnen die al jaren op fust zijn bijna helemaal. Het grootste verschil in Russisch eikenhout en eiken van andere oorsprong zit hem in een mindere mate aan lactonen. Daardoor krijgen de wijnen een minder intens ‘houtig’ karakter. Eerder is een fruitig karakter waarneembaar. Overigens is er binnen de gebruikte eikensoorten onderling ook een groot verschil in lactonen gehalte. Zo heeft een Franse Quercus pedunculata een gemiddeld polyfenolengehalte van 32 nm tegen een Quercus sessili slechts 18. Deze laatste soort bevat echter 0,75 mg lactonen per liter, tegen slechts 0,1 voor de pedunculata. Aspecten waar topwijnmakers terdege rekening mee houden in het samenstellen van hun blends. De kleurstof en de tannine in rode wijnen ontwikkelen zich op een volkomen identieke wijze, of ze nu op Russisch of op Frans eiken liggen. Ook de poreusheid van beiden verschilt niet veel. Het lijkt er daarom op, dat Russisch eikenhout prima kan dienen voor het geven van meer kwaliteit aan fruitige wijnen.