Vino Amore

Sicilië

Sicilië was al in de Oudheid beroemd om zijn landbouwproducten, in de eerste plaats om zijn wijn. Nog voor de Grieken brachten de Feniciërs de wijnstokken vanuit het Nabije Oosten naar het eiland, waar tot dan alleen maar wilde druiven groeiden. Na de Feniciërs kwamen de Griekse kolonisten, die naast innovatieve botteltechnieken nieuwe druivensoorten als grecanico meebrachten. Met de wijnen deed ook de Griekse mythologie haar intrede. De cultus van Dionysos en zijn maenaden, door de Romeinen later bacchanten genoemd, breidde zich uit en ook de van haar geboorte-eiland verdreven dichteres Sappho moet haar eigen druiven verbouwd hebben. Haar beroemde huwelijksliederen golden het bruidspaar dat bij de inzegening van het huwelijk uit dezelfde kelk dronk om de zegen van Eros en Afrodite te vragen. De stad Erice in de buurt van het huidige Trapani bezat een heiligdom waar tempelprostitutie werd uitgeoefend. Zoals de talrijke amforenscherven bewijzen, dronken de priesteressen en de pelgrims wijn als welkome afwisseling van falernerwijn en de lievelingsdrank van Caesar zou zelfs de Mamertino uit Capo Peloro zijn geweest.
Zelfs onder de heerschappij van de Arabieren beleefde de wijncultuur van Sicilië geen terugslag. Ondanks een streng alcoholverbod in de Koran duldden de nieuwe machthebbers niet alleen de verbouw van druiven, maar voerden ze zelfs de techniek van het distilleren van alcohol met behulp ‘van verbrandingskolven in. In afgelegen kloosterkelders brouwden de Sicilianen voortaan geheime elixers die aan kapitaalkrachtige klanten werden verkocht, hoewel de abten het helemaal niet nodig hadden om zich met het stoken van alcohol bezig te houden. De onmetelijke rijkdommen van de Kerk steunden niet in de laatste plaats op het bezit van enorme wijnvelden en de daaruit voortkomende monopoliepositie.
De wijnen kregen al snel op het hele eiland een goede naam en Sante Lancerio, de schenker van paus Paulus III, bezong de wijnen in een aan kardinaal Guido Ascanio Sforza gericht schrijven in alle toonaarden. De ster van de Siciliaanse wijnbouw begon pas te dalen toen de Spaanse onderkoning het heft in handen nam. In plaats van wijn werd er nu tarwe verbouwd. Pas in 1773 lukte het Sicilië om zijn aangeboren plek in de wijnwereld weer te heroveren. Toevallig had de Engelsman John Woodhouse de marsala ontdekt en was er een doorbraak ontstaan. Een andere afzetmarkt voor wijnen van het eiland leek zich in 1870 te openen, toen de wijnluis grondig de Franse wijngaarden vernielde en de wijnbouwers wijn moesten importeren. Al snel kwam het schadelijke ongedierte echter over de Alpen en zette zijn vernietigende werk voort tot op het verre Sicilië. Binnen een paar jaar was alle hoop de bodem ingeslagen en een nieuw begin was buitengewoon moeilijk.
Op de huidige wereldmarkt had Siciliaanse wijn het lange tijd moeilijk, want goedkope massaproductie had een negatieve uitwerking op de goede naam. Toch is het een paar wijnbouwers en wijnkelders in de laatste tien jaar gelukt goede kwaliteit te ontwikkelen en zich zo stapje voor stapje op de Italiaanse en een paar van de belangrijkste buitenlandse markten te vestigen.