Vino Amore

Piemonte

Piemonte wordt beschouwd als een van Italië’s beste wijnstreken. Door de lokale omstandigheden van terrein, grond en weer wordt een aantal fantastische wijnen gemaakt. Wat de rode wijnen betreft zijn de Barolo’s en Barbaresco’s wereldberoemd, krachtige rode bewaarwijnen. Je vindt hier echter ook uitstekende rode wijnen, met een zeer goede prijs-kwaliteitsverhouding. De bekendste daarvan is de Barbera. Te krijgen als Barbera Monferrato (een licht mousserende rode wijn) en Barbera d’Asti Doc (de ‘stille’versie) en als Barbera d’Asti Superiore Doc en Docg (na een periode in houten vaten). Daarnaast kent de streek onder meer de Dolcetto wijn (een wat lichtere rode wijn), de Bonarda wijn (nog een licht mousserende rode wijn), de Nebbiola wijn (een zware rode wijn, van dezelfde druif als de Barolo en Barbaresco), de Ruché wijn (een zeldzame rode wijn uit de omgeving van Castagnole Monferrato) en de Brachetto d’Acqui wijn (een licht mousserende zoete rode dessertwijn (5% alcohol) de rode tegenhanger van de Moscato d’Asti). Wat witte wijnen betreft is Piemonte en in het bijzonder de omgeving van Asti vooral bekend vanwege de zoete mousserende muskaatwijnen, zoals de Asti Spumante en de Moscato d’Asti. Zoals eerder gemeld kennen wij diverse varianten wijnen op basis van de Barbera druif. De Barbera-druif wordt overigens nagenoeg uitsluitend in Piemonte verbouwd. De Barbera del Monferrato is de licht mousserende versie van deze druif, deze wijn is makkelijk drinkbaar en ook bedoeld om snel geconsumeerd te worden. De wijn kan het best vrij koel (14-16 ° C) gedronken worden. De stille of platte variant van de Barbera druif is de Barbera d’Asti. Deze wijn vormt een van de beste bewaarde geheimen van de regio, omdat de Barbera druif uitstekende wijnen oplevert, die echter nauwelijks bekend zijn buiten deze streek. Een voordeel hiervan is wel dat hierdoor de prijs-kwaliteits verhouding van de Barbera buitengewoon goed is. De Barbera druif levert een stevige, donkere en intense rode wijn op. Normaliter heeft de wijn een alcoholgehalte van rond 13%, in goede jaren kan het zelfs oplopen tot 14,5%. De Barbera d’Asti is er zowel als Barbera d’Asti Doc en als Barbera d’Asti Superiore Doc (na een periode in houten vaten) en sinds 2007 zelfs als Barbera d’Asti Docg, voor de grote Barbera’s. De wijn wordt op kamertemperatuur (16-18 ° C) gedronken. Naast de Barbera d’Asti is er ook een Barbera d‘Alba die in het gebied van de grote wijnen, de Barolo’s en de Barbaresco’s, wordt verbouwd. Hierdoor worden zij op de minder gunstige locaties verbouwd (die blijven gereserveerd voor de ‘grote’ wijnen) en overtreft de Barbera d’Asti’s ze vaak in kwaliteit. De Nebbiolo druif is een veel verbouwde en historische druif in Piemonte. De druif wordt al beschreven in een tekst van Columella uit de eerste eeuw na Christus als ‘nibiol’. In 1268 beschrijft de Bolognese Pier de’Crescenza bij zijn reizen de wijde verspreiding van deze druif in Piemonte. Er wordt gezegd dat de druif aan de naam Nebbiolo (nebbia = mist) komt omdat de druif vrij laat, tijdens de eerste herfstmist, wordt geoogst. In het Langhe gebied is de Nebbiolo vooral bekend als de druif van de Barolo’s en Barbaresco’s. In het gebied rond Vercelli wordt de Nebbiolo druif ook verbouwd, daar noemt men het Spanna en vormt de druif de basis voor de Gattinara en Il Ghemme wijnen. In de Val d’Aosta noemt men de druif Picutener of Picotendre en vindt men het in twee wijnen, de l’Arnad Monjovet en il Donnez. Tegen de Zwitserse grens wordt de Nebbiolo druif ook verbouwd en wordt daar Chiavennasca genoemd en vormt de basis voor de Valtellina wijnen. Maar de Nebbiolo is vooral bekend vanwege de lichte en elegante Barbaresco en de krachtige en geconcentreerde Barolo, de koningin en koning van de Italiaanse rode wijnen. De Barbaresco wordt in slechts 4 gemeenten rond het plaatsje Barbaresco in de heuvels aan de rivier de Tanaro verbouwd. De Barbaresco wordt voor de titel ‘Superiore’ minstens twee jaar opgeslagen, waarvan één in eiken vaten, en minstens vier jaar voor een ‘Riserva’. Het Barolo gebied beslaat 11 gemeenten rondom het plaatsje La Morra en moet minstens 13% alcohol bevatten. De Barolo wordt minstens drie jaar opgeslagen, waarvan minstens twee jaar in vaten van eiken- of kastanjehout. Beide wijnen worden in grote wijnglazen geserveerd bij een temperatuur van 18-20°C. Bij het toeristenbureau van het plaatsje La Morra is een rondwandeling door het Barolo gebied beschikbaar. De Nebbiolo wijn wordt ook jonger gedronken en niet in eiken vaten opgeslagen, waardoor deze ook beter betaalbaar is. Desondanks kan het een hoogstaande wijn opleveren, met een donkere kleur stevige smaak en een intense parfum, maar ook met behoorlijk veel tannines. De wijn kan het best bij 18°C gedronken worden.