Vino Amore

Hongarije

De Hongaren zijn al heel lang wijnbouwers. Vroeger waren het de Kelten die in de wijnbouw zaten. Toen de Romeinen in groten getale kwamen, droegen zij de wijnstok in hun kielzog, want waar Romeinen waren, was de druivenstok niet ver. Keizer Probus kwam met de eerste wijnwetten. De basis voor de wijncultuur was gelegd. Dat was driehonderd jaar na Christus, maar zeshonderd jaar daarna keerden de Magyaren terug uit de Oeral en brachten de Kalisen met zich mee, een wijnbouwvolk uit de Wolgastreek. De Serven brachten de Kadarkadruif naar dit land, de Fransen plantten de Furmintdruif hier en de Germanen droegen de edele Riesling aan. Hongarije had zelf de vruchtbare grond en de warme zonneschijn, vooral in het najaar. In de twaalfde eeuw ging de bevolking kloosters bouwen en men omringde deze gelijk met nieuwe wijngaarden. Na de Tweede Wereldoorlog werd het Hongaarse wijngebeuren totaal hervormd. Er verschenen wijncoöperaties en wijnhandelsondernemingen, waarvan de staat eigenaar is. Toch is zeker een kwart van de wijngaarden privébezit. De officiële taal van Hongarije is Hongaars (Maygar). Deze taal is niet verwant aan een taal die in 1 van de buurlanden wordt gesproken. De Hongaren komen van oorsprong uit de richting van Mongolië. Rond de 2.200 Hongaarse woorden hebben Mongoolse wortels. Het schijnt één van de moeilijkste talen te zijn om te leren. Het alfabet heeft 44 letters en de volgorde van woorden in een zin zijn ook niet zo heel belangrijk waardoor het voor een beginner heel lastig kan zijn. Op dit moment maakt Hongarije weer furore met zowel haar oude traditionele als met haar nieuwe wijnen. De passie voor wijn en de vakkennis van Hongaren zijn niet verdwenen. Hongarije produceert een zeer grote verscheidenheid aan wijnen. Dit is te danken aan de vele verschillende druivenrassen, met een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 130.000 hectare, en aan de al even talrijke grondsoorten. Ongeveer 65-75 procent van de wijnen is wit, de rest – naast een beetje rosé – is rood. De belangrijkste witte druivenrassen zijn de olasz (= welschriesling), furmint, hárslevelü en kéknyelü. De meest aangeplante blauwe druif is de kadarka (dat is dezelfde druif die in Bulgarije ‘gamza’ wordt genoemd), gevolgd door de kékfrankos (= blaufränkisch). Welschriesling is een oud ras van witte wijn druiven. Welschriesling groeit voornamelijk in Centraal-Europa, met name in Oostenrijk, Hongarije en Kroatië. Welschriesling ie een veelzijdig ras, een breed scala van wijn kan worden geproduceerd uit dit druivenras: van fris en fruitig techno-wijnen tot full-bodied, rijke grote wijnen en geeft duidelijk blijk van de kenmerken van het terroir. Ook enkele dessert wijnen worden gemaakt van de druif en die worden gerijpt voor een paar jaar en zijn veel rijker van smaak. Welschriesling is een oude druif van onzekere afkomst. De Duitse naam “Welschriesling” betekent letterlijk ‘Romaanse Riesling’, en het merendeel van de synoniemen in Centraal-Europa zijn variaties op ‘Italiaanse Riesling’. Het kan in Centraal-Europa gekomen zijn via de Romeinen, de Kroatische naam Graševina stelt voor dat de oorsprong zou kunnen zijn ergens in het oosten van de Balkan. Het ras is geen familie van de echte riesling. Elbling is een druivenras dat de meeste overeenkomsten vertoont. Vooral de afgelopen jaren zijn er onder invloed van buitenlandse wijnbedrijven die in Hongarije investeren veel populaire Franse druivenrassen, zoals merlot, cabernet-sauvignon en dergelijke aangeplant. De wijnwetgeving is grotendeels aan die van de EU aangepast. Op 22 plaatsen wordt in Hongarije wijnbouw bedreven. Na Duitsland, Frankrijk, Portugal en Spanje is Hongarije het vijfde wijnland van Europa. Hongarije telt ruim twintig individuele herkomstgebieden die wettelijk als zodanig erkend zijn en waarvan ongeveer de helft van meer dan lokale betekenis is.