Vino Amore

Rhône

Tussen Vienne en Avignon strekt de appellation Côtes du Rhône zich aan weerszijden van de Rhône uit over 250 gemeenten en 6 departementen: Loire, Rhône, Ardèche, Drôme, Vaucluse en Gard. De wijnbouw neemt gestaag uitbreiding, en heeft zich ontwikkeld ten koste van traditionele teelten zoals olijven en fruitbomen. Het huidige succes van de wijngaarden van de Côtes du Rhône is toe te schrijven aan de productie van een erkende kwaliteit, die vereenzelvigd wordt met een landstreek dankzij het begrip AOC Côtes du Rhône, dat ingesteld werd in 1937. De beheersing van de oogstopbrengst, op een peil dat tot de laagste in Frankrijk behoort, heeft een voortdurende verbetering van de kwaliteit mogelijk gemaakt. De Rhônestreek wordt meestal opgedeeld in de noordelijke en het zuidelijke gedeelte. De wijnen uit het noordelijke gedeelte, waar de syrah druif de plak zwaait, verschillen dan ook veel met deze uit het zuidelijke deel, waar de grenache noir de belangrijkste druif is. Bij de vinificatie valt een aantal ontwikkelingen te bespeuren. Men probeert het alcoholgehalte wat te verlagen om zo minder zware wijnen te verkrijgen. Ontstelen vindt vaker plaats om het tanninegehalte te reduceren. Men streeft in het algemeen naar wat lichtere wijnen die fruitiger zijn. Het toepassen van macération carbonique vindt steeds vaker plaats, daardoor worden de wijnen vroeger drinkbaar, aangenamer en fruitiger. De rode wijnen worden meestal traditioneel gemaakt. In bepaalde gevallen windt eerst inweking plaats. Daarna gaat men over tot het ontstelen, kneuzen en persen. Vervolgens wordt gedurende 4 tot 15 dagen vergist bij een temperatuur van 25 tot 30°C. Lek en perswijn worden daarna vermengd, gevolgd door de assemblage. Nadien volgt de malolactische gisting en tenslotte de opslag gedurende 6 tot 36 maanden. Op z’n vroegst wordt zes maanden na de oogst gebotteld. Bij wijnen die op hout worden opgeslagen gebeurd dit veel later. Roséwijnen worden voornamelijk in de zuidelijke AOC’s Tavel en Lirac geproduceerd. Er wordt bij de opslag na de gisting niet overmatig gebruik gemaakt van nieuwe eiken vaten om zo meer harmonieuze wijnen te verkrijgen. Bij rosé wijnen wordt vaak eerst gemacereerd, daarna wordt de saignée methode toegepast, gevolgd door verdere gisting. Malolactische gisting vindt zelden plaats. De witte wijnen zijn meestal ver in de minderheid. Ze staan bekend als droog, fris en geurig. Ze ontstaan nadat de druiven eerst gekneusd zijn, vervolgens wordt geperst en vindt de gisting plaats bij 18 tot 20°C, hierbij vindt haast nooit malolactische gisting plaats. Circa één jaar na de oogst worden de wijnen gefiltreerd en snel gebotteld. Het ras grenache noir staat erom bekend dat het alcoholrijke wijnen levert met een ronde smaak. De rassen syrah en mourvèdre zorgen voor kruidige aroma’s, kleur, structuur en een langere houdbaarheid. Voor rosé en primeurwijnen wordt vooral het ras cinsault gebruikt. Bij de rode wijnen leveren lichte bodem minder zware wijnen die fruitig en helder zijn. Op zwaardere bodems zijn ze voller en rijker aan tannine. De wijnen uit de Côtes du Rhône staan er in het algemeen om bekend dat ze zacht, rijk aan aroma en boeket, vol en meestal stevig zijn. Ze kunnen vaak al jong gedronken worden, ofschoon bewaren gewenst is.